Voeding van dracht tot lactatie

Voeding van dracht tot lactatie

16 april 2025

Voeding van dracht tot lactatie

Tekst: Myrthe Egbertzen | Phryso

De voeding van een merrie speelt een cruciale rol in haar gezondheid en die van haar veulen. Paardenarts Erika Reijerkerk van Dierenartsen-praktijk de Hofstede uit Leusden geeft advies. Een goed samengesteld rantsoen is essentieel voor een gezonde dracht, een vlotte geboorte en een sterke melkproductie. Zowel tekorten als een verkeerd uitgebalanceerde voeding kunnen leiden tot problemen, zoals een zwakke biest-kwaliteit, verminderde melkproductie of zelfs groeistoornissen bij het veulen.

In de eerste maanden van de dracht groeit het veulen nauwelijks waardoor een optimaal basisrantsoen voldoende is. Dit verandert vanaf de achtste maand van de dracht wanneer het veulen een groeispurt doormaakt. Hoewel het op dat moment al zeventig procent van zijn uiteindelijke lengte heeft bereikt, is het gewicht nog maar vijftien procent van wat het bij de geboorte zal wegen. In deze fase heeft de merrie meer energie en eiwitten nodig om de snelle groei van het veulen te ondersteunen. Ruwvoer blijft de basis van het rantsoen; regelmatig een analyse laten doen geeft inzicht in energie, eiwit, vitaminen en mineralen. Calcium en fosfor zijn nodig voor de botontwik-keling van het veulen, terwijl koper essentieel is voor een gezonde kraakbeenontwikkeling. Omdat het veulen koper opslaat in de lever tijdens de dracht en melk weinig koper bevat, is het cruciaal dat de merrie hier voldoende van binnenkrijgt. Veel gangbare rantsoenen bevat-ten echter te weinig koper, wat kan leiden tot bot- en gewrichtsproblemen op latere leeftijd. Ook vitamine E en selenium verdienen aandacht omdat ze bijdragen aan een goede biestkwali-teit en de weerstand van het veulen ondersteu-nen. Een tekort aan selenium kan bij het veulen spierzwakte veroorzaken, terwijl een tekort aan vitamine E de overdracht van antistoffen via de biest kan verminderen.

Overgang dracht – lactatie

De geboorte markeert een periode van grote fysiologische veranderingen. Rondom de bevalling begint de merrie met de productie van biest, die rijk is aan antistoffen en van essentieel belang voor de immuniteit van het veulen. Het veulen moet in de eerste acht uur na de geboor-te minstens twee liter biest drinken omdat de darmwand daarna niet langer in staat is om de antistoffen effectief op te nemen. De kwaliteit van de biest wordt grotendeels bepaald door de voeding van de merrie tijdens de dracht. Een tekort aan bepaalde voedingsstoffen, zoals eiwitten, vitamine E of selenium, kan de concentratie van antistoffen in de biest verlagen en daarmee de weerstand van het veulen verminderen. Naast de biestproductie heeft de merrie na de geboorte een verhoogde energie-behoefte om de melkproductie op gang te brengen. Dit is een kritieke fase waarin haar lichaam veel voedingsstoffen verbruikt. Het is belangrijk om abrupte voerovergangen te vermijden en de merrie geleidelijk te laten wennen aan een hoger energie- en eiwitniveau in het rantsoen. Stress kan de voeropname beïnvloeden, en daarmee de melkproductie.

Voeding tijdens de lactatie

De melkproductie van de merrie bereikt haar piek tussen de tweede en derde maand. In deze periode produceert ze dagelijks een hoeveelheid melk die overeenkomt met twee tot drie procent van haar lichaamsgewicht. De samenstelling van de melk bestaat grotendeels uit lactose, vet en eiwit, en wordt direct beïnvloed door de voeding van de merrie. Een rantsoen met een tekort aan eiwit kan leiden tot een verminderde melkproductie, terwijl een te eenzijdige energie-verhoging niet per se resulteert in meer melk, maar wel kan leiden tot ongewenste ge-wichtstoename bij de merrie. Rond de zesde maand begint de melkproductie af te nemen en voorziet melk nog slechts in dertig procent van de energiebehoefte van het veulen. Dit is een belangrijke overgangsperiode waarin het veulen steeds meer vast voer moet gaan opnemen. De kwaliteit van het ruwvoer en de beschikbaarheid van geschikte voedermiddelen bepalen in sterke mate hoe soepel deze overgang verloopt. Monitoring van haar lichaamsconditie en voeropname blijven essentieel. Merries die te mager worden tijdens de dracht of lactatie kunnen problemen krijgen met de melkproduc-tie, terwijl overgewicht de kans op stofwisse-lingsproblemen vergroot. Het gebruik van een body condition score (BCS) kan helpen om de voeding aan te passen aan de individuele behoeften van de merrie.

Open chat
Hallo,
Kunnen wij jou helpen?