JongKFPS en JongKWPN samen op bezoek bij het Animal Embryo Centre


Zaterdag 27 juni kwam de gemengde groep in het Limburgse Maria-Hoop bij een om alles te zien en te horen over embryotransplantatie, ICSI en om een aantal genetische toppaarden voorgeschoteld te krijgen.
Een van de eerste paarden die werd getoond was de Friese model-preferente merrie Oelkjen (v. Tamme). Daarna werden diverse genetisch zeer interessante springgefokte paarden getoond waaronder Telysette K, de volle zus van Big Star, werd van stal gehaald evenals Krista (v.Polydor), de moeder van Grand Prix-winnaar Taloubet Z (v.Galoubet) van Christian Ahlmann.Naast Oelkjen en de KWPN-merries staan er op het Animal Embryo Centre diverse rassen, waaronder ook veel Arabieren. Ton Vullers is een man met een open vizier, altijd op zoek naar het beste wereldwijd. Dat heeft er niet alleen toe geleid dat de allernieuwste technieken steevast vanuit Maria-Hoop kunnen worden toegepast in de fokkerij, maar ook dat ’s werelds beste bloedlijnen hier worden samengebracht.
“Wanneer je je gaat beperken tot het bloed binnen de eigen landsgrenzen, verlies je. De fokkerij is veel breder dan dat en je moet vooraan lopen om vooruit te gaan in de fokkerij. Het is daarom ook een advies aan de jonge fokkers om niet ‘rondom de kerk’ te denken, maar met een open blik te proberen de beste genen in te zetten voor de fokkerij.”

Ook tijdens dit bedrijfsbezoek gingen de drukke werkzaamheden op het Animal Embryo Centre gewoon door. Met jaarlijks zo’n 700 embryospoelingen per jaar is het bedrijf een toonaangevende speler in de markt. Sinds dit jaar wordt ook de ICSI-techniek aangeboden, bij het aan de overkant gevestigde Equine Fertility Centre. Ook hier werd de groep rondgeleid, met uitgebreide uitleg over de techniek, de mogelijkheden en werkwijze. Inclusief een kijkje in het laboratorium. Het aanbieden van ICSI is een vooruitstrevende, maar logische vervolgstap voor Ton Vullers. Al in 1979 begon hij met embryotransplantatie bij koeien, en in 1990 zijn er voor het eerst eicellen gewonnen en daarmee de eerste IVF-kalveren geboren. “De stap naar de paarden was voor ons heel logisch, maar het blijkt een hele moeilijke.

Wereldwijd wordt ICSI bij paarden zeer beperkt toegepast, onder andere in Texas en Colorado”, vertelt Vullers. “We hebben veel voordeel van onze ervaringen met het rundvee, hoewel het bij de paarden vele malen complexer is gebleken.” Vorig jaar werden er al twaalf merries drachtig via ICSI, waarvan de eerste veulens konden worden getoond. Ook is er via ICSI al een veulen geboren uit een reeds overleden merrie, waarvan vlak voor het overlijden nog eitjes gewonnen konden worden. Een ICSI-behandeling is kostbaar en daarom bedoeld voor een selecte groep paarden. “Het heeft geen zin om ICSI toe te passen bij merries en hengsten die genetisch niet waardevol zijn. Je moet het doen op basis van medische indicatie, dus bijvoorbeeld bij een hengst met slecht sperma of een merrie met vruchtbaarheids- of gezondheidsproblemen. Dankzij deze techniek hoeft niet alle genetische waarde verloren te gaan en dat is een gunstige ontwikkeling voor de fokkerij”, legt Vullers uit.

De afkorting ICSI staat voor ‘intracytoplasmic sperm injection’. Bij normale embryotransplantatie ontstaat het embryo na inseminatie van de merrie en dit embryo wordt zeven tot acht dagen na de ovulatie uit de baarmoeder gespoeld en vervolgens in een ontvangstmerrie geplaatst. Bij een ICSI-behandeling worden eicellen gewonnen uit de eierstok van de merrie tijdens een Ovum Pick Up-behandeling (OPU). Tijdens deze OPU worden eicellen verkregen uit zowel grote, rijpe follikels als uit kleine, niet rijpe follikels. Deze eicellen ondergaan in het laboratorium een laatste rijpingsfase. Vervolgens worden de eicellen bevrucht door middel van de ICSI-techniek: het injecteren van één zaadcel in de eicel. Na de ICSI worden de bevruchte eicellen een aantal dagen gevolgd om hun ontwikkeling tot embryo te volgen. Na ongeveer een week wordt het ‘blastocyst’- stadium bereikt en vindt de transplantatie in een draagmerrie plaats. Er is volop ruimte tot het stellen van vragen en daar wordt graag gebruik van gemaakt door de jonge fokkerij-geïnteresseerden. Zo rijst bij een van hen de vraag of het nadelen heeft voor een veulen wanneer hij of zij bij een draagmoeder wordt geboren. “Dat is een hele logische vraag. Uit uitvoerig onderzoek in Argentinië en Brazilië, waar vooral bij de polo-paarden veel gebruik wordt gemaakt van embryotransplantatie, is gebleken dat er geen significante verschillen zijn voor een veulen. Mits het veulen in een groep loopt, zodat de rest van de groep ook als voorbeeld kan dienen en het veulen kan opvoeden waar nodig. Wanneer een veulen alleen met de draagmoeder loopt, kunnen er wel wat verschillen ontstaan. Wij selecteren streng op de draagmoeders en werken alleen met warmbloedmerries, waardoor de verschillen tussen de donor- en de draagmoeder nooit heel groot zullen zijn.” En daarmee kwam er een einde aan wederom een leerzame bijeenkomst, met een aanstekelijk enthousiaste en gedreven gastheer.